Nieuws
Home - Column - Een verhaal over extreem geluk en extreem verdriet

Een verhaal over extreem geluk en extreem verdriet

———————————————————————————–

Ik had net de schilderskwast in handen toen ik mijn zoontje hoorde roepen. “Mama! Kom eens kijken in de keuken! Hoppy is uit zijn hok gesprongen!” Ik had het al verwacht, James’ konijntje was inmiddels al zo groot geworden dat dit snel zou gebeuren. “Ik kom zo lieverd …!”

Bovenstaand scenario is één van de velen die ik in mijn hoofd had tijdens mijn zwangerschap. En ik was ervan overtuigd dat deze ook echt had plaatsgevonden, als niet …

Ik zat in de laatste week vóór mijn uitgerekende datum op dinsdag acht december. Hoewel ik het getal acht om meerdere redenen een prachtig getal vond, hoopte ik dat mijn mannetje nog een paar dagen rustig zou blijven zitten, veilig in mijn buik. Die zat me nog niets in de weg .. Sowieso had ik een probleemloze zwangerschap. Ik voelde me tot op het laatste moment fysiek heel erg goed en kon nog van alles doen. Iets wat me goed uitkwam vanwege de verbouwing van mijn nieuwe huis. Ook alle echo’s waren goed en bij iedere controle waren hartslag en groei van mijn baby perfect, net zoals mijn bloeddruk. Ik liep nog op hoge hakken en kon tot op het laatst vrijwel al mijn kleding nog aan: van achteren zag je niet dat ik van voren een enorme buik had. Ik was zo trots op mijn buik en achteraf gezien had ik veel vaker in openbare gelegenheden moeten komen om hem te showen. Maar ja, ik ben niet zo’n showerig type en met andere mensen hard aan het werk in mijn huis kon ik het niet maken om er zelf niet te zijn.
 

                                                                                ***
Die week stond, zoals de laatste drie maanden, voornamelijk in het teken van klussen in mijn nieuwe huis. Op zaterdag 26 november was de babyshower gepland. Een deadline waarbij ik in ieder geval verhuisd moest zijn. Dat er op dat moment nog geen nieuwe vloer lag en de meeste houten kozijnen nog een laag verf nodig hadden was van minder belang. Op dinsdag 1 december had ik mijn inmiddels wekelijkse controle bij de verloskundige, aan het einde van de middag. Ik was mijn bevalplan vergeten mee te nemen. Die had ik al tijdens een eerdere controle besproken, maar nog niet ingeleverd. Ik trof een verloskundige die ik ook de allereerste keer had gezien. Grappig. Zou dit dan de laatste keer zijn, schoot het door me heen. Tijdens de controle werden de standaard dingen gecontroleerd: mijn bloeddruk (altijd goed / aan de lage kant), de hartslag van mijn ventje (altijd regelmatig) en de groei van mijn buik (altijd een goed gemiddelde). De verloskundige zei dat mijn buik weer was gegroeid sinds de afgelopen week. Alleen was het hoofdje van het kindje nu iets omhoog gekomen. Terwijl hij bij de laatste twee controles al een beetje was ingedaald. Tranen, iedere keer als ik zijn hartslag hoorde. Wist ik maar dat dit de laatste keer zou
zijn ..
Met de afspraak dat ik mijn bevalplan later die week zou inleveren nam ik afscheid.

Op woensdag 2 december was ik een dag alleen zonder andere mensen in mijn huis. Een dag die ik had gepland voor mijzelf, om dingen te doen die gedaan moesten worden zoals de auto apk laten keuren en om alvast wat kerstinkopen te doen. Na de bevalling zou ik daar immers nauwelijks de tijd voor hebben aangezien mijn meest kostbare cadeau de meeste aandacht van mij zou vragen .. Terwijl ik aan het kijken was voor wat kerstcadeautjes viel mijn oog op Takkie, het hondje van Jip en Janneke in de vorm van een knuffelbeestje. Ik aarzelde geen moment en kocht het zwartkleurige beestje met zijn witte snuitje. Een leuk wiegepopje voor mijn James. Ja, zijn naam zei ik vaak in gedachten en hardop als ik alleen was. Bovendien waren de kleuren van de babykamer ook zwart wit. En hortensiablauw, had ik bedacht. Die prachtige heldere, blauwpaarse kleur van de bloem bleek helaas niet te vinden in stof of wol. Het kwam soms aardig in de buurt maar was het allemaal net niet. Sommige dingen van de natuur laten zich niet grijpen, was een gedachte die vaak in me opkwam die laatste paar weken. Overigens had ik twee weken eerder de naam van mijn baby aan mijn moeder verteld. Stel je voor dat er iets met mij zou gebeuren tijdens de bevalling. Dan zou niemand zijn naam weten. Mijn moeder staarde me toen vol afschuw aan. Tsja, het was iets waar je rekening mee moest houden. Dáár wel mee ..
column verlies babyDe laatste maand van de zwangerschap had ik heel vaak last van een ‘vlak’ gevoel. Ik vroeg me regelmatig af waarom ik een aantal dingen nog niet had geregeld, zoals klossen onder mijn bed en andere spullen voor de thuisbevalling. Of luiers en een verschoonkussen, die ik een week voor de uitgerekende datum nog niet in huis had. Kleertjes? Ja, die had ik natuurlijk wel. Maar ook die kocht ik ‘even tussendoor’. Mijn moeder tikte een commode op de kop en mijn zus vond een geweldige complete kinderwagen. Alles uiteraard na mijn goedkeuring, dat dan weer wel. Ik was kortom zelf niet heel erg bezig met de praktische spullen rondom bevalling en baby. Alsof dat niet nodig was. Er was in ieder geval een kinderkamer die af was, een fijn warm bedje en ik was er.. Ik gaf mijn (ons!) nieuwe huis en de werkzaamheden ervan de schuld dat ik nauwelijks tijd had voor andere dingen. Ik wilde immers zoveel mogelijk af hebben vóór de bevalling zodat ik me volledig kon richten op mijn mannetje en hem een fijn nest kon bieden, toch? Twijfels en angsten had ik ook, welke aanstaande moeder niet. Maar dat was allemaal verklaarbaar. Dit vlakke gevoel niet. Dit gevoel van .. onheil? Niet weten wat er zou gebeuren? Alsof heel veel dingen die ik deed in de laatste maand geen betekenis hadden en nutteloos waren. Ik was vaak huilerig en paniekerig .. Maar iedere keer als ik mijn baby voelde bewegen merkte ik hem op en speelde er een glimlach om mijn lippen. Ook al zat ik op dat moment in de auto, ik probeerde altijd een hand op mijn buik te leggen. Iedere keer als ik zijn hartje perfect regelmatig hoorde kloppen bij de verloskundige moest ik huilen. Het geluid was bekend, ik wist wat er ging komen maar tóch iedere keer die tranen. Er leefde een kindje in mij. Mijn baby .. Er is niets meer wonderbaarlijk dan leven in jezelf te voelen en te horen.

De dag erna, donderdag 3 december, kwamen mijn moeder en haar man weer klussen. Het was een gewone klusdag waarbij iedereen lekker aan de slag was. Maar ik voelde me helemaal niet goed en vlak voordat ze weggingen ’s avonds werd ik overmand door plotseling verdriet. De man van mijn moeder vroeg wat er aan de hand was en ik zei dat ik niet wist wat er allemaal zou gebeuren. Een voorgevoel? Even later nestelde ik me in bed met een boek. Ik draaide me op mijn linkerzijde en plotseling voelde ik mijn James heel hard schoppen. Mijn eerste gevoel zei me dat dit niet klopte. Ik voelde hem altijd wel een paar keer per dag maar deze beweeglijkheid was voor hem ongekend. Daarna gelijk de blije gedachte erachteraan ‘zo, jij hebt er zin in..’.

Vrijdag en zaterdag. Vier en vijf december 2015. Die twee dagen voelde ik me afwisselend onrustig, vlak en mat, afwachtend en lichtelijk in paniek om .. ja .. wat eigenlijk!! Dingen voelden zo betekenisloos. Het maakte niet meer zoveel uit, zoiets. Een oom van mij kwam onverwacht langs na zijn vakantie. Hij kwam even kijken naar de vorderingen in het huis en was benieuwd of hij verrast zou worden met een nieuwe wereldburger?! Neen, James zat nog veilig in mijn buik constateerde hij na het zien van mijn mooie skippybal. Mijn moeder bleef die avond slapen. Dan kon ze zaterdag snel weer verder aan het werk. Ik heb mijn gevoel niet met haar gedeeld. Ik weet niet waarom. Alsof ik geen woorden durfde te geven aan al die gevoelens, want dan zou het echt zijn. En ik wist niet eens wat nou dat ‘het’ betekende. En natuurlijk was gewoon ook alles in orde!!

Zaterdag aan het begin van de avond voelde ik een eerste lichte wee. James! Nu al?! Een Sinterklaaskind?! Nee, zo’n vaart zou het niet lopen. ’s Nachts werd ik er even wakker van. Zondagochtend zetten de weeën door. De bevalling. Het was zover. Iedere vezel in mijn lijf was daarop gericht. De weeën kon ik goed opvangen. Ik bleef in bed, wilde hangen maar kon mijn draai niet vinden. Mijn moeder ging de tijd opnemen. Ze belde de verloskundige toen de weeën om de vijf minuten kwamen. De verloskundige kwam. Ik hoorde haar zeggen, laten we even luisteren hoe het met het kindje is .. En ik voelde een schrikreactie bij mezelf. Waarom? Bij de eerste keer luisteren hoorde ze geen hartslag. Ik zag haar fronsen .. ik wist het ik wist het ik wist het ..nee nee nee nee NEE NEE NEE!!!!! Tweede keer luisteren, derde keer luisteren. Veel ruis, maar geen perfect regelmatige hartslag zoals afgelopen dinsdag nog. Ze vroeg aan mij of ik misschien bodylotion had gebruikt die ochtend. Dat zou de ruis kunnen veroorzaken. Ja!! Dat had ik gebruikt!! Hoop gloorde aan de horizon en ik zag plotseling weer licht. Ze veegde mijn buik schoon en luisterde weer. Niets .. En ik hoorde haar zeggen, ik hoop dat dit de eerste keer is dat ik dit fout doe. Ik moest naar het ziekenhuis om een echo te laten maken. Ondertussen begonnen de weeën al aardig door te komen. In het ziekenhuis werden we opgewacht door een team aan artsen en verpleegkundigen. Ik zag ze maar half. Tussen de weeën door staarden ze naar het scherm, speurend naar een teken van leven van mijn James. Ik staarde puffend naar die gezichten, speurend naar een positief teken, een lach. Ik weet niet hoeveel minuten of seconden er voorbij gingen. Vanaf toen ben ik al het tijdsbesef kwijtgeraakt voor een hele lange tijd. Iemand zei dat het kindje was overleden .. Toen pas keek ik naar het scherm. En ik zag het hoofdje van mijn James, net zoals altijd. Er was niets anders aan. Ongeloof maakte zich van mij meester, woede, ik schreeuwde dat ze ongelijk hadden. Dit kon toch niet waar zijn ..!! De gezichten staarden naar mij, wel zes paar ogen. Het was afschuwelijk. Voelde me een poppenkast. Woedend werd ik. Ik heb de overbodige gezichten allemaal weggestuurd. En ondertussen werden de weeën heviger. Er was geen tijd om stil te staan bij deze hel. De bevalling ging door. Ik MOEST bevallen. Van een levenloos kindje. Ik wist dat, maar het ging er bij mij op dat moment ook maar gedeeltelijk in. De uren erna nam mijn lichaam het van me over. Ik heb vaak gedacht dat ze ongelijk hadden. Ik zou mijn ventje zo meteen eindelijk in mijn armen kunnen sluiten. Een warm glibberig wormpje. Die gewoon zoals alle babies hard zou huilen ..
     

                                                                             ***
Een paar uur later hield ik hem in mijn armen. Eindelijk. Wat was ik trots en blij. Mijn mooie mannetje, mijn James*. Een lang mannetje van bijna zeven pond heb ik eruit geperst. Zwarte haartjes, heerlijke bolle wangen, volle kuitjes. Die slap in mijn armen lag. Realiteit .. hak .. brullen .. Maar wat was het heerlijk om hem vast te houden, te knuffelen. Hem eindelijk te zien na zo’n lange tijd. Euforie en extreme vreugde wisselden zich in een razend tempo af met extreem verdriet en ongeloof. Wat is er zo kort voor de bevalling gebeurd en wanneer? Alles was goed! Wat is er misgegaan?! Het zijn vragen die nog steeds malen .. Ik ben een verpleegster in het ziekenhuis zo dankbaar dat ze me in eerste instantie feliciteerde omdat ik moeder was geworden van een prachtige zoon. En dat ze me daarna pas condoleerde. Dat is namelijk precies hoe ik het heb ervaren en nog steeds ervaar: ik ben moeder geworden voor de rest van mijn leven. Dat gevoel van vreugde komt als eerste. Mijn moeder en zus zijn die nacht bij mij en James* gebleven. De halve nacht hebben we foto’s gemaakt, er zijn afdrukken van zijn handjes en voetjes gemaakt. Ik heb hem bewonderd, vastgehouden, geknuffeld, gehuild. Ik hoopte zo dat ik die nacht wakker zou worden van zijn gehuil, van zijn geluidjes. Kon iemand me alsjeblieft wakker maken ..

Maandagochtend 7 december. Ik had de hele nacht niet geslapen van de vreugde van het moederschap, van de rauwe pijn, van de fysieke en emotionele ervaring van de bevalling. Van de mooie en wrede
natuur ..
Die ochtend zou mijn zoon opgehaald worden voor onderzoeken. Ik vond het een verschrikkelijk idee dat ze in hem zouden snijden, maar ik wilde er alles aan gedaan hebben om een mogelijke doodsoorzaak te kunnen achterhalen. Die middag bracht ik hem thuis waar hij hoorde. In zijn wiegje. Bij mij. Zijn moeder. Om hem eigenlijk nooit meer te laten gaan. Het was op dat moment niet voor te stellen dat ik dat wel moest doen een paar dagen later.
 

                                                                                 ***
De dagen die volgden stonden in het teken van uitersten. Vreugde,verdriet, leegte, dingen regelen voor de begrafenis, beslissingen nemen, zoveel mogelijk tijd doorbrengen met mijn James, momenten van realiteit. Het was een achtbaan aan emoties en gebeurtenissen die ik allemaal probeerde te voelen en te doorleven. Ik denk dat ik dankzij dit redelijk helder kon denken en er ook goed bij was. Ik besefte erg goed dat dit mijn enige (fysieke) tijd was met mijn zoon. De buitenwereld bestond voor mij niet.

Op dinsdag 8 december – mijn uitgerekende datum – ging ik samen met mijn moeder de plek van James’ aankomende grafje bezoeken. Toen ik die plek zag sloeg de realiteit weer in alle hevigheid toe. Enerzijds prachtig in het bos, anderzijds een nummer op een stukje grond waar zo meteen mijn zoon zou komen te liggen. Ik weet niet welke oergeluiden ik allemaal heb laten horen maar het kwam uit mijn tenen. Ik kon niet meer overeind blijven staan. Ondenkbaar, gewoon niet aan de orde dat ik mijn zoon daar donderdag achter zou laten!! Ik weet niet of ik het me heb ingebeeld, maar het leek of James toen op me toeliep en zei, dat hij daar op die plek fijn met de andere kindjes zou spelen. Ik werd er rustiger van. En ik wilde heel snel weer terug naar huis, waar James was.

Woensdag moest ik de geboorte van mijn zoon aangeven en tegelijkertijd de overlijdensakte tekenen. Weer een moment van realiteit. Van de gemeente kreeg ik een ‘verlof van begraven’ mee. Om iedere keer de naam van James* ergens te zien staan in combinatie met zijn overlijden was zo bizar en zo niet kloppend, wetende dat het wel echt was. Dat het er echt aan zat te komen. Dat ik hem moest laten gaan. Ik ben door die combinatie een paar keer goed door het lint gegaan. Mag niet, kan echt niet. Gestoorde, bizarre, belachelijke natuur .. Die dag ben ik zoveel mogelijk bij hem geweest. Hij heeft naast me gelegen in mijn bed, op zijn matrasje. Veel naar hem gekeken, met hem geknuffeld, tegen hem gepraat, selfies gemaakt met mijn zoon. Ik heb met hem op mijn arm door het hele huis gelopen, met mijn telefoon video’s ervan gemaakt. Ik wilde dat wij samen in iedere ruimte waren geweest, dat ik overal met hem had gezeten. Het was erg fijn. Gelachen heb ik om zijn dopkinnetje, die je zo lekker kon vastpakken. Ontelbare keren heb ik zijn handjes gepakt, die zó zacht waren.

Moedermelk

Die woensdag ging ik ook voor het eerst kolven. In het ziekenhuis zeiden ze, dat ik tabletjes kon nemen om de productie van moedermelk te stoppen. Het zou na twee dagen afgelopen zijn. Ook kon ik strakke bh’s gaan dragen. Uiteraard zou ik James* borstvoeding geven. Het voelde voor mij helemaal niet goed om dit aspect van het moederschap plotseling af te kappen. Zoveel dingen worden tegenwoordig gedoneerd, waarom niet mijn moedermelk?? Bovendien voorzag ik dat dit nog wel eens een manier voor mij zou kunnen zijn om een noodzakelijk dagritme te krijgen: kolven moest immers gebeuren om de paar uur. Het zou me kunnen helpen om enigszins orde in deze chaos te scheppen. Daarnaast vond ik het een prettig idee dat ik er in ieder geval een andere baby goed van kon laten groeien. ’s Ochtends voelden mijn borsten aan als keiharde ballen. Ik had geen verwachting of de borstvoeding op gang zou komen, want ik had natuurlijk niet gelijk aan kunnen leggen en bovendien probeerde ik het pas drie dagen na de geboorte van James*. Intense vreugde toen de melk gelijk begon te stromen. Intense pijn en verdriet omdat ik niet het warme mondje van mijn kind voelde, maar koud plastic tegen mijn borst.

Die nacht sliep James* bij me op zijn matrasje. En toen was het donderdag 10 december. Ik kon niets meer doen, niets meer rekken. Er zou geen nacht meer volgen dat James* de volgende dag nog bij me zou zijn. De hele ochtend ben ik alleen met hem geweest, alles van hem in me opgezogen. Het was niet genoeg. Ik wilde dat alles ophield te bestaan. Alleen nog hij en ik voor de rest van mijn leven, in ons veilige bolwerk. Ik heb hem die ochtend op mijn slaapkamer uiteindelijk in zijn kistje gelegd en hem voor het laatst toegedekt. Het kistje hadden mijn vader en de man van mijn moeder op mijn verzoek getimmerd. De kinderen van mijn zus hadden het prachtig beschilderd. En even later heb ik James* naar zijn plek op de begraafplaats midden in het bos gedragen. Kaarsen om zijn kistje. Een liedje werd gezongen, woorden werden gesproken. Vogels die floten, ruisende bomen. Simpel en mooi. Het moment van het dekseltje erop doen kwam. Ik kon het niet. Ik kon het dekseltje er niet op doen. Ik zou daarna zijn mooie bolle koppie niet meer zien. Op dat moment nam het verstand het waarschijnlijk even over. Wat anders heeft gemaakt, dat er een moment komt dat tóch dat dekseltje erop gaat. En James* zei me weer, dat hij op deze plek fijn zou spelen met de andere kindjes ..

We hebben met z’n allen het gat dichtgemaakt. Ook dat wilde ik zelf doen. Ik wilde mijn mannetje volledig begeleiden, in alle opzichten tot op het laatste moment. Het liefst was ik naast hem gaan liggen, nog steeds. Ik weet niet of dat gevoel ooit weggaat ..
     

                                                                            ***
Het intense verdriet, ongeloof, pijn en woede wat ik ervaar kan ik niet beschrijven. Dit is niet zoals het hoort te zijn. Tegelijkertijd ben ik moeder geworden voor de rest van mijn leven, iets wat niemand mij meer afpakt. De vreugde en rijkdom die dit met zich meebrengt is ook met geen pen te beschrijven. De gebeurtenissen maken, dat alles in de vertraging gaat en dat ik mijn passen heel bewust zet. Ik heb weer ervaren dat de twee uitersten zoals ik ze ervaar – extreem geluk en extreem verdriet – dicht naast elkaar kunnen bestaan. Ze wisselen elkaar constant af bij me. Het is letterlijk leven met ‘Leven en Dood’.

Nu, bijna twee maanden later, kolf ik nog steeds een paar keer per dag. Het biedt me een dagritme en het enige overgebleven tastbare bewijs van moederschap. Iets waar ik (nu nog) erg veel behoefte aan heb. Daarnaast geeft het veel voldoening als ik bijvoorbeeld een kaartje in de bus krijg van een moeder, waarop ze schrijft dat haar kindje heerlijk heeft gesmuld van mijn melk.

James* is bij me, altijd. Er loopt een onzichtbaar kindje aan mijn hand voor de rest van mijn leven. Ik probeer te voelen wat ik te voelen heb en ik hoop, dat ik uiteindelijk in staat ben om hier een hanteerbare middenweg in te vinden.

Jessica Brandwagt
januari 2016

 ———————————————————————————–

Bekijk ook

Melkpunt fotoshoot 2016

Melkpunt Campagne 2016: achter de schermen

Tekst: Annemarie Pera & Ayinda Schlüter Het is weer campagnetijd! Elk jaar presenteert Melkpunt de …