Nieuws
Home - interview - Interview Celia Ledoux

Interview Celia Ledoux

Interview Celia Ledoux
Moeder van 2
Schrijfster van Mama 2011
en Slaap je al door 2012

Sinds de oprichting van Melkpunt kom ik al artikelen en blogs van Celia tegen. Ik wist gelijk dat ik haar een keer wilde interviewen voor Melkpunt. Wat doorziet zij dingen op een unieke, scherpe wijze. Afspreken (Brussel-Utrecht) ging een beetje lastig, daarom werd het uiteindelijk een skype interview. Het was een pittig gesprek over borstvoeding en feminisme.
celia profielfoto
Schreef je voordat je kinderen had ook over persoonlijke onderwerpen of meer over actuele zaken?
Ik schreef korte verhalen over de actualiteit, maar wel persoonlijk. Kinderen en borstvoeding zijn in zekere zin ook actualiteit. Er wordt veel over geschreven, en ook veel over ontdekt. Dat is nieuws, en het mag wat mij betreft ernstiger worden genomen in verslaggeving.
Nu, iedereen bemoeit zich er wel mee. Familie, buren, artsen, Kind&Gezin (red: het Belgische consultatiebureau). Niet altijd met evenveel kennis van zaken.

Ondertussen probeert haar kindje van 1 haar laptop te slopen. Celia gaat in een andere kamer zitten waar ze Virginia Woolf quote: ‘Elke vrouw moet een kamer voor zichzelf hebben’.

Hebben buitenstaanders veel invloed gehad op jouw borstvoedingservaringen?
Artsen wel. Mijn oudste had erge reflux. Op aanraden van de arts – een universitair diensthoofd, nota bene – ben ik na een paar weken overgestapt op poedervoeding, omdat de baby volgens die man altijd pijn zou hebben tijdens de borstvoeding. Achteraf nonsens, natuurlijk. Reflux zit bij ons in de familie, in mijn oma’s knopendoos vond ik zelfs een oud doosje met medicatie tegen reflux. Na een paar weken ben ik beginnen te relacteren. Mijn kind en ikzelf gedijden echt niet onder de weken poeder. De baby was allergisch voor koemelk, die hypoallergene voeding is vies. En ik merkte iets zeer tastbaars een verandering ten kwade in hoe ik en de kleine ons voelden en gedroegen. Dat kon ik toen niet plaatsen, en later in de literatuur herkende ik het als diverse symptomen bij het ontbreken van borstvoedingshormonen bij moeder en kind.
Door die korte periode poedervoeding geven, ben ik wel gaan begrijpen hoe ouders die poedervoeding geven soms “defensief” kunnen overkomen op borstvoedende ouders. Je krijgt echt regelmatig heel lompe dingen te horen. Enerzijds komt er geen behoorlijke hulp terwijl je nog voedt, zelfs als je er breed om vraagt en aan de alarmbel trekt worden je besognes soms nòg weggezet. En anderzijds kreeg ik een heleboel lelijke dingen naar het hoofd toen ik stopte. Van verwijtende blikken, tot heel harde preken. Wat natuurlijk weer keert als je borstvoeding geeft, en “te lang” voedt. Het is een dunne lijn hoor, je moet absoluut voeden, en dan wel nét zo lang. Ouders worden echt op de neus gekeken.

“Vrouwen krijgen bij elk willekeurig probleem het advies om te stoppen met de borstvoeding.”

Kunstvoeding geven vond ik veel meer werk dan borstvoeding. Ook dat breng ik aan als factor: borstvoeding is heel lui. Natuurlijk kan je drie keer een megafles geven, maar dat zat er hier nooit in. Als je een beetje de natuurlijke behoefte van een kind volgt, ben je erg vaak en lang aan het brouwen, koken, wassen. Vooral ’s nachts is dat lastig, wanneer je een fles moet klaarmaken terwijl de baby veel te wakker wordt en jijzelf ook, en dan maar hopen dat baby slaapt aan het eind van de fles. Poedervoedend heb je niet, zoals bij borstvoeding, één hand vrij. En onderzoek toont ook dat moeders die borstvoeding geven veel meer slaap per nacht krijgen.

Ik zie drie grote problemen die voeden in de weg staan.
1: het gebrek aan een voldoende lang bevallingsverlof, waardoor beginnen met voeden nauwelijks de moeite is. Wanneer het goed loopt, moet je aan het werk.
2: door het ontbreken van een voedcultuur wordt het vreemd gevonden en kunnen vrouwen elkaar niet helpen.
3: gebrek aan goede begeleiding. Vrouwen krijgen bij elk willekeurig probleem het advies om te stoppen met de borstvoeding. Of er wordt over getwijfeld, of men kan er niet adequaat bij helpen. En moeders worden zelden in hun kracht gezet.

Wat bedoel je met dat laatste?
Toen mijn eerste kindje pijn had van de reflux werd dat door artsen en andere professionals niet serieus genomen. Ze vonden me hormonaal – dat kreeg mijn man letterlijk te horen – en mijn zorgen werden geminimaliseerd. Mijn observaties werden in twijfel getrokken en mijn idee vernederd. Dat hoor ik vaak. En je merkt de gewoonte in kleine details, zoals jonge moeders aanspreken met mevrouwtje of mama.

Als je dan stopt krijg je commentaar van iedereen. Na 6 maanden is ongeveer het scharnierpunt. Dan krijg je commentaar als je nòg borstvoeding geeft. Wat je ook doet, je krijgt op je kop. Is er dan 1 strak omlijnd patroon waarbij je geen commentaar krijgt? De culturele norm?

Ben je ook lactatiekundige of LLL leidster?
Ik ben geen lactatiekundige. Ik heb gewoon veel literatuur achter de kiezen. Ervaringsdeskundige ben ik ook, maar dat zijn wel meer mensen. Ik kan vrouwen wel helpen met advies, maar vooral met doorverwijzen, weten waar ze de juiste hulp zullen krijgen, welke boeken of artikels te lezen. En natuurlijk ben ik ook niet strikt over borstvoeding bezig als ik over zwangerschap en eerste leeftijd spreek. Het gaat mij om het totale plaatje. Voeding hoort daarbij.
Celia
Hoe voelt het voor jou als bekenden snel overstappen op kunstvoeding?
Ik vind het jammer als dat komt door slecht advies, want dan wordt het keuze genoemd, maar is het eigenlijk indirecte dwang door professionele incompetentie en te kort geschoten hulpverlening. Dat is het heel vaak. En je ziet ouders die niet beginnen door de horrorverhalen die gebrek aan hulp meebrengt – dat is onnodig en jammer. Als ze er echt achter staan, dan vind ik het prima. Een vrouwenlichaam wordt al genoeg door anderen geapproprieerd, je mag best kiezen of je voedt.

Je geeft ook borstvoeding aan je tweede kind, was die start makkelijker?
Ja, ook al heeft ook dit kindje reflux en allergieën. Ik weet nu waar welke hulp krijgen, en ken veel mensen in het milieu. Bij artsen hier moet ik het niet zoeken, al heb ik in Antwerpen een huisarts die erg erudiet over borstvoeding is. Maar veel is niet bekend over allergie bij borstvoeding, dus vaak blijft de hulpvraag vergeefs. Veel heb ik zelf uitgezocht.

“Het geven van borstvoeding vind ik een feministisch recht. Het is niet haar plicht.”

We kennen jou als feminist. Staan borstvoeding en feminisme niet lijnrecht tegenover elkaar?
(ik vroeg dit met een knipoog) Celia vraagt of ik het over Elisabeth Badinters theorieën heb. Ik moet eerlijk toegeven dat ik haar niet ken. Maar blijkbaar noemt zij borstvoeding, knechting van de vrouw. Daar zijn wij het uiteraard niet mee eens.

Borstvoeding is wel een feministische kwestie. Net zoals een vrouw beslist wat ze draagt, doet, zegt, beslist ze hoe ze haar kind voedt. Borstvoeding en responsief ouderschap vind ik ook heel emanciperend. Voor een vrouw, omdat je je lichaam heel anders leert kennen. Niet als een bekeken object, maar als een fantastisch werkend instrument, dat heel veel vermag. Dat geeft enorme kracht, en trots, en kan je soms veel laten verwerken en overwinnen. En responsief ouderschap is emancipatorisch voor kinderen. Feminisme is er niet alleen voor volwassenen hé, ook kinderen mogen geëmancipeerd worden, en voor vol aangezien. Dat zijn je al dan niet gelijkwaardige mensjes van morgen. Een kind waarmee rekening is gehouden, dat beseft: er is plaats voor mij, ik mag mijn mening uiten en laten voelen wie ik ben, weet dat zijn noden geldig zijn. Een kind dat je empathie toont, kan dat later spiegelen. Een kind dat je op empathisch gedrag voor anderen wijst, en daartoe aanzet, zal dat makkelijker tonen. Het klinkt vast allemaal heel halfzacht, maar intussen wordt er wel baanbrekend onderzoek naar gedaan. Heel erg boeiend.

Het geven van borstvoeding vind ik een feministisch recht. Sommige mensen noemen borstvoeding het recht van een baby. Dat kan wel, maar ik laat de vrouw wel het recht om te voeden of niet. Het is niet haar plicht, een vrouw moet al veel in onze cultuur.
Van alle kanten krijgt zij druk om wel of niet te voeden. Maar als ze stopt door artsen, werkgever, partner of een andere externe factor, kan je je wel afvragen in hoeverre dat haar eigen keuze is.
Een uitgebreider borstvoedingsrecht kan beschermen tegen dat soort factoren. Daar hoort beter bevallingsverlof, een beter terugbetalingspakket van borstvoedingshulp en -benodigdheden ook bij. Dat is simpelweg kwestie van uitbalanceren.

Als een vrouw echt niet wil is het ook goed. Een vrouw met een lichamelijk trauma bijvoorbeeld moet je niet dwingen om te voeden – en een vrouw die er anderszins een uitgesproken mening over heeft trouwens ook niet. Soms kan borstvoeding wel helpen om een trauma te verwerken. Door borstvoeding eigen je je eigen lichaam toe. Donormelk is ook een optie, maar niet iedereen is er mee bekend of voelt zich er prettig bij. Ik vind het vooral belangrijk dat vrouwen niet in een richting gedwongen worden. Dwang heeft trouwens geen enkel nut. Je kweekt er tegenzin mee. Dé belangrijkste factor is gewoon ongedwongen steengoede informatie geven. Borstvoeding heeft alle feiten voor, dus de simpele feiten zijn de beste reclame. Kleine details die tonen hoeveel makkelijker en prettiger het is. En liefst een beetje aardig en geïnteresseerd gebracht. Polarisatie is nergens voor nodig.

Wat vind je er van als mensen zeggen dat ze het zielig vinden voor de vaders omdat ze door borstvoeding moeilijker een band met hun kinderen kunnen opbouwen?
Ik citeer dan gaarne Gabrielle Palmer in “the politics of breastfeeding”: “Als een vader alle zorg overneemt behalve de borstvoeding dan is hij de hoofdverzorger.” En laten we wel wezen. Het gros van alle flesvoedingen wordt toch nog door moeders gegeven. Daar hoef je het echt niet voor te laten, dan krijg je als moeder alleen nog meer werk.

Hoe staat jouw man hierin?
Hij steunt me volkomen. Dat is erg fijn.

Hoe was het voor jou toen je de eerste keer buitenshuis ging voeden?
Ik kan me zelfs niet meer herinneren wanneer het was, of wat we toen gedaan hebben. Het is normaal, nee? Ik voed overal.

“Als je je ongemakkelijk voelt, kan je gewoon de andere kant op kijken. Dat vindt niemand erg.”

Heb je wel eens iemand zien voeden op een manier waar je je ongemakkelijk bij voelde?
Niet ongemakkelijk, wel memorabel. Tijdens een reuzepicknick haalde een vrouw haar hele borst boven. Ze had een enorme cup. Toen ging ze boven haar kind hangen om het te voeden. Dat beeld blijft mij wel bij.

Heb je nog een tip voor onze lezers?
Nee, niet per se voor jullie lezers. Die weten wel wat te doen. Maar mensen die niet voeden, die mogen wel wat tips over hoe omgaan met voedende moeders!
1. Zie je een vrouw borstvoeding geven? Wees haar dankbaar. Borstvoeden leren wij als sociale soort met name door het te zien doen. Jij en eventuele kinderen van je leren hoe lactatie in elkaar zit.
En het zorgt er, elke keer dat je het ziet, ook voor dat je het normaler vindt.
2. Als je je ongemakkelijk voelt, kan je gewoon de andere kant op kijken. Dat vindt niemand erg. Ogen zijn wendbaar om een reden.
3. Je krijgt dorst van borstvoeding. Breng haar een glas water of iets lekkers. Zo toon je meten dat ze welkom is, en haar kindje ook.

Tekst: Yael Haller

 

Bekijk ook

Borstvoeding na draagmoederschap

Interview Musetta Blaauw-Hofstra Wij kennen Musetta van een van de eerste posts die Melkpunt ooit deelde …